KIFID heeft gereageerd op uitzending KASSA

Kifid: “Wij kunnen niet in discussie gaan over individuele zaken. Vandaar deze korte verduidelijking op de door Kassa voorgelegde vragen zonder in te gaan op de bijzonderheden van de beslissing in de klachtzaak Van de Wege (foto)/ Univé. Kassa heeft de beschikking over deze uitspraak met de overwegingen van de Geschillencommissie. Daarin is vastgesteld dat verzekeraar kan weigeren om de schade uit te keren als de oorzaak niet kan worden vastgesteld; met andere woorden als niet kan worden vastgesteld dat de schade verzekerd is. Daarvoor is altijd een melding nodig voordat het gebrek wordt verholpen. Kifid heeft in deze zaak niet kunnen vaststellen dat consument tijdig de, overigens substantiële, schade heeft gemeld. Er zijn integendeel aanwijzingen dat pas na de start van de reparatie een melding is gedaan. Daarmee is de verzekeraar niet in de gelegenheid gesteld om de oorzaak en de omvang van de schade vooraf vast te stellen en te taxeren. Kifid onderzoekt niet zelfstandig, wat de oorzaak is. Dat kwam in deze zaak ook niet (meer) aan de orde. Om dezelfde reden speelde hier niet de vraag, of Univé benadeeld was doordat al met de reparatie was begonnen. Niet het standpunt van verzekeraar is gevolgd. Alleen kon niet de juistheid van het standpunt van de consument worden aangenomen, dat hij recht op vergoeding van zijn schade had.”

Lees het volledige artikel op vvponline.nl

Minister antwoord: “VERGOEDING CONTRA-EXPERTISE: WET IS LEIDEND”

Verzekeraars mogen de vergoeding die zij bieden voor contra-expertise niet in algemene zin verlagen tot een bedrag lager dan de verzekerde som. Aldus minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie in antwoord op Kamervragen. De minister schrijft verder dat de AFM onderzoek naar de kwestie gaat doen.

De Kamervragen volgden op berichten dat verzekeraars terughoudend zouden zijn bij het vergoeden van de kosten van contra-expertise. Die terughoudendheid is te begrijpen, want in het ongunstigste geval betaalt de verzekeraar een extra bedrag ter hoogte van de verzekerde som. Toch moeten de verzekeraars zich aan de wet houden, aldus de minister. Wat al helemaal niet door de beugel kan, zoals door de rechter onlangs ook is bepaald, is de vergoeding maximeren tot het bedrag dat de eerste expert kostte. De minister kondigt verder aan dat de AFM “naar aanleiding van de recente signalen over contra-expertise dit onderwerp expliciet zal opnemen in het jaarlijkse Klantbelang onderzoek naar de afhandeling van schades”.

Het volledige antwoord van de minister: “Uit de wet volgt dat de kosten ter vaststelling van de schade ten laste van de verzekeraar komen, indien zij redelijk zijn. Dit is ook het geval, als deze kosten samen met de vergoeding van de schade de verzekerde som zouden overschrijden (art. 7: 959 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Is de verzekeringnemer een consument, dan kan van deze bepaling niet worden afgeweken ten nadele van de verzekeringnemer of de verzekerde, voor zover de kosten het bedrag van de verzekerde som niet overschrijden (art. 7: 963 lid 6 BW). Dit betekent dat de verzekeraar in het voor hem ongunstigste geval verplicht kan zijn een bedrag gelijk aan twee maal de verzekerde som uit te keren: eenmaal in verband met de expertisekosten en eenmaal in verband met de verzekerde schade (Tweede Kamer, 19 529, nr. 5, p. 43).

“Of de kosten redelijk zijn, is afhankelijk van een beoordeling van de omstandigheden van het geval. Het in algemene zin maximeren van de redelijke kosten tot een lager bedrag dan de verzekerde som is met voornoemde bepalingen niet verenigbaar. Welke kosten in een individueel geval redelijk zijn, is ter beoordeling aan de rechter.
“In de zaak die leidde tot de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 10 september 2014 had de verzekeraar de vergoeding van de kosten voor het inschakelen van een contra-expert door de consument beperkt in de polisvoorwaarden. De verzekeraar vergoedde deze kosten tot het niveau van maximaal de kosten van de expert die de verzekeraar zèlf had ingeschakeld. De rechtbank oordeelde dat een dergelijke algemene beperking van artikel 7: 959 lid 1 BW niet is toegestaan. Ook zij overwoog dat per geval moet worden bekeken of er sprake is van redelijke kosten (ECLI:NL:RBGEL:2014:5921).

“Artikel 6: 96 lid 2, onderdeel b BW bepaalt dat als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komen de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. De verrichtte werkzaamheden ter vaststelling van de schade dienen redelijk te zijn, als ook de kosten die in dit verband worden gemaakt. Dit betreft de zogenoemde dubbele redelijkheidstoets. Artikel 7: 959 lid 1 BW kan worden beschouwd als een specialis van dit artikel voor het vaststellen van de schade door de verzekerde in zijn verhouding tot de verzekeraar. Aan de hand van de omstandigheden van het geval wordt beoordeeld welke kosten redelijk zijn. Het ligt voor de hand dat ook hierbij de aard van de verrichtte werkzaamheden en de omvang van de kosten factoren van belang zijn.
“De AFM houdt risico-gestuurd toezicht. De AFM maakt bij de prioritering van toezichtacties gebruikt van signalen en meldingen. Bij de beslissing of de AFM nader onderzoek doet, maakt de AFM steeds weer een afweging aan de hand van de aard en grootte van een bepaald risico. De AFM heeft mij laten weten dat zij naar aanleiding van de recente signalen over contra-expertise dit onderwerp expliciet zal opnemen in het jaarlijkse Klantbelang onderzoek naar de afhandeling van schades. Dit onderzoek start in december 2015. In de zomer van 2016 zullen de resultaten bekend zijn. Daarnaast wordt het onderwerp meegenomen in het doorlopende toezicht, naar aanleiding van recente signalen. Eerder was er door het geringe aantal signalen dat de AFM over contra-expertise ontving, onvoldoende aanleiding hier nader onderzoek naar te doen.

“Sinds een aantal jaren besteedt de AFM in haar onderzoeken in het kader van het Klantbelang Dashboard op diverse punten aandacht aan de vraag in hoeverre verzekeraars het klantbelang centraal stellen rond de vaststelling en de afhandeling van schades. Voorbeelden van onderwerpen zijn: in hoeverre hanteert de verzekeraar prestatie-indicatoren die zien op het belang van de klant, stuurt de verzekeraar schadebehandelaars- en experts aan op een wijze die in het belang van de klant is of op een wijze die voornamelijk in het belang van de verzekeraar is en in hoeverre wordt door de verzekeraar geborgd dat gevolmachtigd agenten ook het klantbelang centraal stellen bij de afhandeling van claims. Uit deze onderzoeken blijkt dat de onderzochte verzekeraars belang hechten aan het op een zorgvuldige, objectieve en consistente manier afhandelen van claims. Daarnaast kijkt de AFM naar de duidelijkheid van communicatie met klanten over de afhandeling van claims. De uitkomsten van dit onderzoek worden jaarlijks samen met de uitkomsten van andere, vergelijkbare onderzoeken en de scores van banken en verzekeraars hierop door de AFM gepubliceerd.

“Het Verbond van Verzekeraars heeft mij laten weten periodiek te overleggen met het NIVRE. In deze overleggen wordt onder andere gesproken over de gezamenlijke Gedragscode expertise-organisaties. Een onderdeel van deze Gedragscode is dat verzekeraars en experts hun klanten wijzen op het proces van schadebehandeling en de mogelijkheid om een eigen (contra-)expert in te schakelen. Volgens het Verbond van Verzekeraars geven aangesloten verzekeraars aan dat zij zich aan de Gedragscode houden.”

(Bron VVP)

Kamervragen over contra-expertise

Kamerlid Peter Oskam (CDA) heeft naar aanleiding van de Radaruitzendingen over contra-expertise (5 en 9 oktober) opnieuw vragen gesteld aan Minister van der Steur (Veiligheid en Justitie).

Het Kamerlid wil van de minister weten of hij ervan op de hoogte is dat in veel polissen de clausule is opgenomen dat de kosten voor contra-expertise beperkt vergoed worden. Hij wil ook weten of deze clausule wettelijk is toegestaan. Als het antwoord op deze vraag ontkennend is, wil Oskam graag weten welke stappen worden genomen om de betreffende polisvoorwaarden van verzekeraars in lijn te brengen en hoe het toezicht hierop door de AFM zal worden verscherpt.

Lees het hele artikel op amweb.nl

Tros Radar schadeverzekeringen – contra expert

Tros Radar 5 oktober 2015: als je te maken krijgt met schade waarvoor je verzekerd bent, ga je ervan uit dat een schade-expert het beste met je voor heeft. In de praktijk blijkt dit vaak niet het geval. Als je dan een beroep doet op contra-expertise wordt dit vanuit de verzekeraar op verschillende manieren tegengewerkt. Verzekeraars hanteren vaak onduidelijke polisvoorwaarden. Wat zijn je rechten als je het niet eens bent met de berekende schade? En wie moet er opdraaien voor de kosten voor contra-expertise? Bekijk hier de uitzending.

Hebt u ook behoefte aan (gratis) contra expertise? Neem dan direct contact met ons op.